Terug naar nieuws
Nieuws8 juli 2026Floor

De delta die we zelf hebben gemaakt, en weer moeten herstellen

De delta die we zelf hebben gemaakt, en weer moeten herstellen
Foto: © Mascha Lichtendahl

Mascha Lichtendahl kijkt met een andere blik naar de Nederlandse delta. Volgens haar vraagt een toekomstbestendig watersysteem om meer dan technische oplossingen: het begint bij de keuzes die we maken en de manier waarop we naar water kijken. Waarom is het IJsselmeer daarbij zo belangrijk? En welke rol spelen natuur, waterkwaliteit en samenwerking in de uitdagingen van morgen? In het interview deelt ze haar visie op de toekomst van onze grote wateren.

Mascha Lichtendahl is programmamanager van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW), een Rijksprogramma waarin Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer en RVO samenwerken aan het herstel van ecosystemen in de Nederlandse delta. Al bijna tien jaar werkt zij aan grote wateropgaven, gebiedsprogramma’s en complexe interbestuurlijke samenwerking. Ze beweegt zich moeiteloos tussen beleid en praktijk, tussen systeemdenken en uitvoering, tussen denken en doen.

“Nederland is één delta,” zegt ze. “Maar die hebben we in de loop van de tijd helemaal gecompartimenteerd, in stukjes gehakt.” Die ingrepen hebben Nederland gevormd, veilig gemaakt en economisch versterkt, maar ze hebben ook een duidelijke keerzijde. “De ecologische waterkwaliteit is heel erg achteruitgegaan. Zo’n zeventig procent van de soorten is verdwenen of sterk afgenomen.” De ambitie van PAGW is dan ook niet om terug te keren naar vroeger, maar om de gevolgen van die segmentatie te verzachten. “Niet het verwijderen van dammen, dijken en stuwen staat centraal, maar het verminderen van de ecologische impact ervan.”

Eén programma, meer slagkracht

De kracht van PAGW zit volgens Mascha niet alleen in de projecten zelf, maar vooral in het feit dat ze als één samenhangend geheel worden benaderd. Waar projecten vroeger versnipperd waren, worden de grote wateren nu als één systeem gezien.

“Water trekt zich niets aan van bestuurlijke grenzen. Daarom is het belangrijk om de grote wateren als één systeem te benaderen,” zegt Mascha. “Door projecten te bundelen in één programma ontstaat meer samenhang en slagkracht. Je hebt een vaste plek binnen de organisatie, duidelijke aanspreekpunten en kunt makkelijker samenwerken. Bovendien voorkom je dat verschillende belangen of projecten tegen elkaar worden uitgespeeld.”

Wat we al weten, en toch niet doen

'We weten al heel veel', vertelt Mascha.  “De essentie van pionieren zit hem dan ook niet in de techniek,” zegt ze. “Baggeren, zandsuppleties, dammetjes bouwen, dat zijn bijna allemaal oude technieken.” De echte uitdaging zit ergens anders.

“Het gaat erom technieken zo in te zetten dat ook de natuur ervan profiteert.” Dat idee is niet nieuw, maar in de praktijk gebeurt het nog lang niet altijd. “Aan kennis geen gebrek,” zegt Mascha. “Het probleem is dat we werken binnen vaste processen en procedures die vaak automatisch naar technische oplossingen leiden.

Berekeningen, procedures en verantwoordelijkheden sturen keuzes vaak richting bekende technische oplossingen. “Waarom grijpen we zo vaak naar techniek?” vraagt Mascha zich af. “Dat komt meestal niet door een gebrek aan kennis of ideeën, maar door de manier waarop besluiten worden genomen.”

Waterkwaliteit: de stille derde

Binnen die keuzes staat waterkwaliteit zelden bovenaan. “Er is altijd een trits: waterveiligheid, zoetwaterbeschikbaarheid en dan waterkwaliteit,” zegt Mascha. Binnen Rijkswaterstaat wordt daar soms een bekende uitspraak aan gekoppeld: ‘In schoon water kun je verdrinken.’ Ze glimlacht even, maar draait hem direct om: “Dat is waar. Maar zonder schoon water kun je niet leven. Dat is misschien nog wel essentiëler.”

Waterkwaliteit is minder zichtbaar, minder urgent op de korte termijn, maar fundamenteel voor alles wat erop gebouwd is. “Schoon water is het begin van de maatschappij. Kijk naar de geschiedenis: mensen vestigden zich waar schoon water was.” Die basis lijkt vanzelfsprekend, maar staat steeds meer onder druk. “Sloten die twintig jaar geleden nog vol leven waren, zijn er nu bijna niet meer. Het gaat heel sluipend.”

Het IJsselmeer als kantelpunt

Die sluipende verandering wordt scherp zichtbaar in het IJsselmeergebied. “Het IJsselmeer is de regenton van Nederland,” zegt Mascha. Maar die regenton is minder stabiel dan vaak wordt gedacht. Door klimaatverandering verandert de waterbalans. “Met het oog op de huidige maatschappelijke functies kan het IJsselmeer niet terug naar wat het ooit was. Het moet gewoon zoet blijven.”

Bovendien is de zoetwatervoorraad allesbehalve vanzelfsprekend. “Zoet water wordt steeds waardevoller en kwetsbaarder.” Daarom zijn projecten als LIFE Watersource en de Klimaatbuffer IJsselmeer zo belangrijk: nature-based oplossingen die bijdragen aan de toekomstbestendigheid en duurzaamheid van het drinkwatersysteem, en tegelijkertijd waarde toevoegen aan de natuur.

“Zoet water is kostbaar. Er worden oorlogen om gevoerd. Het feit dat wij er genoeg van hebben is een zegen, maar daar moeten we wel zuinig mee zijn.” Dat vraagt om andere keuzes over hoe water wordt vastgehouden, verdeeld en meegenomen in ruimtelijke ontwikkelingen.

De rol van het individu

De gedachte dringt zich op dat het hier gaat over systemen, ver boven de invloedssfeer van het individu. “En natuurlijk,” erkent Mascha, “heeft één persoon maar beperkte invloed op de waterkwaliteit in de Waddenzee of het IJsselmeergebied. De koers wordt voor een groot deel bepaald door grootschalige processen en beleidskeuzes, bijvoorbeeld rondom dijken, stuwen en waterbeheer. Ook de vervuiling van water met stoffen zoals PFAS is een probleem waarop individuen slechts beperkte directe invloed hebben. Tegelijkertijd kunnen persoonlijke keuzes wel bijdragen, bijvoorbeeld door kritisch te kijken naar de producten die je koopt en gebruikt.

Daarnaast heeft het individu meer invloed dan vaak wordt gedacht. “Iedereen heeft een maatschappelijke stem,” zegt ze. “Door te stemmen, mee te praten, vragen te stellen of bepaalde keuzes te steunen, bepalen mensen mede welke onderwerpen prioriteit krijgen.” Zo kunnen individuele keuzes en betrokkenheid, samen met die van anderen, bijdragen aan bredere veranderingen.

Waar verandering begint

Terugkijkend op haar werk tot nu toe ziet Mascha geen gebrek aan ideeën, geen gebrek aan kennis en zelfs geen gebrek aan ambitie. Het struikelblok is abstracter: het vergt moed om bestaande patronen los te laten, en juist die moed ontbreekt vaak.

“Dat betekent ook: niet meteen naar de technische oplossing grijpen, maar kijken naar het hele palet aan mogelijkheden.” Het vraagt om het loslaten van reflexen en het kunnen omgaan met onduidelijkheden, vanaf de allereerste fase. “Want juist in die stap ligt de ruimte om het anders te doen: niet alleen kijken naar wat kan, maar met durf onderzoeken wat er mogelijk is.”

Mascha Lichtendahl is programmamanager van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) en werkt aan het herstel van ecosystemen in de Nederlandse delta. Vanuit PAGW wordt ook bijgedragen aan initiatieven zoals de Klimaatbuffer IJsselmeer, waarvoor het programma subsidie beschikbaar stelt.