Stem van de IJssel: “Er is veel van mij afgepakt”

Wim Eikelboom is geboren Zwollenaar. Na wat rondzwervingen door het land keerde hij 25 jaar geleden terug in de Overijsselse hoofdstad. Sindsdien vertegenwoordigt hij de IJssel, die niet ver van de Hanzestad in het IJsselmeer uitmondt. Als stem van de IJssel vertolkt hij verhalen van de rivier en levert hij stof tot nadenken aan beleidsmakers. Bovendien geeft hij voordrachten op congressen en festivals, waarmee hij in de huid kruipt van de rivier en verbeelding verbindt met plannen en regels.
De loop en de wensen van de IJssel
“Er is veel van mij afgepakt,” constateert Wim namens de IJssel.
“De IJssel is eigenlijk de enige rivier in Nederland met een echte delta. Een blik op de monding leert: dit is wat een rivier eigenlijk wil: met meegevoerd slib eilandjes maken. Het driehoekje dat als gevolg van de wil van de rivier ontstaat, is de delta. Zoiets hebben we nergens in Nederland. Of althans, we hebben het nergens toegestaan.", zegt Wim. "Ooit is blijkbaar collectief besloten dat rivieren niet mogen uitwaaieren. Ook de natuurlijke loop van de IJssel is flink verlegd.”
Als door de wol geverfde journalist is Wim gewend om verhalen toegankelijk te maken voor een breed publiek. Na zijn carrière als leidinggevende bij de publieke omroep keerde hij terug naar het ambacht dat hij jarenlang beoefende: het vertellen van verhalen. Twee thema’s hebben sindsdien zijn speciale interesse: rivieren en bomen. “Het leven stroomt voort. Er ontstaan voorliefdes, zoals die voor rivieren,” aldus Wim.
De bron van Wim's interesse stamt uit 1995, toen hij als verslaggever getuige was van de bijna‑watersnoodramp in de Betuwe. “Dat maakte zoveel indruk dat ik het Ruimte voor de Rivier‑programma tot in detail ben gaan volgen”, memoreert hij. “Ik dacht: dit is echt een typisch Nederlands thema, maar het wordt onvoldoende bediend.”
Na meer dan twee decennia kennis te hebben opgedaan, doopte Wim zich zo’n vijf jaar geleden om tot “rivierjournalist”. In deze hoedanigheid publiceerde hij een boek over de Overijsselse Vecht en het boek Geen dag zonder de IJssel. Terug op Zwolse bodem merkte hij dat hij de IJssel was gaan omarmen. “Ik bouwde een band op, want ik struinde veel langs de rivier. Op die manier leer je de eigenschappen van het rivierlandschap het beste kennen,” herinnert Wim zich. Voor de buitenwereld werd zijn naam langzaam maar zeker onlosmakelijk verbonden met de rivier. “Mensen kwamen naar me toe en zeiden: ‘Jij weet wel heel veel over de IJssel. Jij bent de rivierkenner.’ En later: ‘Jij bent rivierfluisteraar.’ Of zelfs ‘rivierambassadeur’.”
Als het gaat om gebiedsontwikkeling in en rond de loop van de IJssel, van Kaderrichtlijn Water‑maatregelen, drinkbare en schone IJssel tot de plannen en effecten van het Ruimte voor de Rivier‑programma, zijn er maar weinig mensen zo breed ingevoerd als Wim over uiteenlopende thema’s die de rivieren raken.
Gevraagd naar zijn aanpak zegt Wim: “Ik opereer nadrukkelijk niet als kamergeleerde of civiel ingenieur, maar vanuit landschappelijke betrokkenheid.” Om dit te illustreren haalt hij een recente bijeenkomst in Arnhem aan. “Ik moest om vier uur op het provinciehuis zijn en dacht: ‘Weet je wat ik doe?’ Ik stap om half twaalf op de trein, neem mijn fiets mee en fiets van Deventer naar Arnhem. Dan doe ik het rustig aan: ik neem de buitenbocht en ben zo’n 2,5 uur op pad. Onderweg ga ik eens goed kijken hoe het landschap reageert op droogte. Ik praat met een polderbaas, loop door een drooggevallen geul, kijk naar een oever waar waterplanten afsterven en spreek bewoners.”
Deze opmerkzame houding doet hem veranderingen signaleren die anderen minder snel zien. “Ik snap de rivier inmiddels een beetje, weet hoe deze op ingrepen van de mens reageert. Ik heb het vermogen te begrijpen waarom de ene geul sneller droogvalt dan de andere.” Zwemmen helpt bij het doorvoelen van de rivier. “Hoewel de IJssel nabij mijn huis officieel geen zwemwater is, plons ik er toch in. Veilig tussen de kribben. Je voelt hoe de rivier in zijn vel zit. Je voelt de rust, de onrust, het gemak en ongemak. Je voelt de temperatuur van het water en de stroming.”
De stem van de IJssel
“Ik vertegenwoordig de IJssel met alle bescheidenheid die daarbij hoort,” benadrukt Wim. “Je moet heel voorzichtig zijn, uiteindelijk ben ik een mens en geen rivier.” Toch durft hij, na 25 jaar in de buurt van de IJssel te hebben gewoond, de vertaalslag te maken. “Ik neem mee wat die rivier aan geschiedenis in zich meedraagt, wat er nu speelt en wat de rivier in de toekomst voor keuzes krijgt. Ik overweeg welke rol wij mensen spelen, welke wensen de rivier zelf heeft.” Zonder mooier te maken, maar ook zonder belerende toon. “Mijn doel is simpelweg om te laten zien: dit is Nederland Rivierenland.”
“Het boeiendste aan die stem is dat ik er dilemma’s mee schets,” zegt Wim. “Met de beste bedoelingen heeft de mens allerlei ingrepen gedaan in het landschap, in de rivier, in de waterbeheersing, die we nota bene normalisatie noemden. Soms zijn die beste bedoelingen heel tegenstrijdig. Vaak hebben ze langetermijneffecten waar we ons helemaal niet bewust van zijn en die eigenlijk heel abnormaal uitpakken voor een rivier. Bovendien maken ze processen vaak complexer, omdat meerdere grote organisaties betrokken raken die beperkt wendbaar zijn.”
De rivier als kanaal: het belang van belangen
Partijen als de scheepvaartlobby zijn bijvoorbeeld een factor van formaat in Nederland. “Het scheepvaartbelang is best wel een dominant belang, omdat het vaak gekoppeld wordt aan economie,” verklaart Wim. “En economie vinden we belangrijk. Met als gevolg dat allerlei andere belangen het onderspit delven. Als je nu naar de rivier kijkt, ga je eigenlijk een beetje huilen,” gaat hij verder. “Tijdens de recente hittegolf stond de rivier twee meter lager dan normaal. Met name tussen Doesburg, Zutphen en Westervoort, het beginpunt, is de rivier helemaal vastgelegd in stenen waardoor ze oogt als een kanaal. Als het water hoog staat wordt deze kanaaluitstraling nog verbloemd door het groen dat bovenaan de stenen wand ligt, maar nu de rivier laag staat, zie je ineens hoe ernstig de situatie eigenlijk is: die rivier heeft helemaal geen vrije ruimte om te stromen.”
Het is Wim een doorn in het oog: “We beoordelen of een nevengeul schadelijke effecten heeft voor de scheepvaart. Wanneer die effecten zo laag mogelijk zijn, nemen we aan dat het goed gaat. Tegelijkertijd zijn de positieve effecten op de natuur dan per definitie laag. Je kunt immers geen twee heren dienen,” aldus Wim.
Bovendien zijn de gefabriceerde nevengeulen volgens de rivierjournalist vrijwel allemaal zo gedimensioneerd dat ze snel droogvallen.
“Alle geulen die door die rivierkundige rekensommen zijn goedgekeurd, functioneren slecht of niet. Je reinste kapitaalvernietiging.” Toch worden soortgelijke geulen nog altijd ontwikkeld, zegt Wim: “In het programma Kaderrichtlijn Water worden op het moment van schrijven dertien vergelijkbaar conventionele geulen aangelegd, die – dat kun je uittekenen - allemaal niet naar behoren zullen gaan functioneren.” De reden hiervoor is procedureel, concludeert de rivierjournalist: “De KRW-nevengeulen worden niet afgerekend op daadwerkelijke ecologische resultaten, maar op kilometers aanleg die volgens het boekje gemaakt moet worden. Dan kunnen we tenminste tegen Brussel zeggen dat we de ecologische waterkwaliteit hebben verbeterd. Niet in het echt, maar op papier.”
En dat terwijl de IJssel ongeveer 60 jaar geleden nog allemaal zachte oevers had. “Als je de IJsseldelta op schilderijen van vroeger ziet, denk je: dit is wildernis. Dit is mooi,” Wim wijst op een olieverfdoek dat achter hem in de studeerkamer hangt. “Tegenwoordig is 95% van de oevers echter vastgelegd in kribben en basaltstenen. De IJssel kan geen kant op, de oevers kunnen niet sedimenteren.”
“Met de Kaderrichtlijn Water probeert men deze historische fout te herstellen”, stelt Wim. “Ongeveer 20 procent van de oevers wordt momenteel ontsteend en natuurvriendelijk ingericht,” vervolgt hij. “Toch was het in eerste instantie de bedoeling om 80 procent van de IJssel van stenen oevers te ontdoen. Een voorstel dat tegen het zere been van de agrariërs en scheepvaart bleek. Wat dan volgt is een compromis,” zegt Wim. “Helaas eentje waar de natuur toch weer aan het kortste eind trekt.”
De civieltechnische reflex: een langzame shift
Bovendien voeren civieltechnische mensen in de regel nog altijd de boventoon. “En zij doen vaak ingrepen die voor de eeuwigheid zijn,” aldus Wim. “Zo worden dijken vaak met stalen damwanden hersteld. Het plaatsen en vervangen van deze wanden is zeer kostbaar. Met als gevolg dat er maar heel weinig speelruimte wordt geboden wanneer we gedwongen worden om onszelf, bijvoorbeeld vanwege klimaatverandering, af te vragen: ‘Zou die dijk misschien verlegd moeten worden?’”
Het voordeel van meer natuur‑gestuurde oplossingen is dat je juist wél kunt meebewegen met veranderingen. Maar voor grootschalige toepassing is de controlebehoefte nog te groot. “De natuur mag haar gang gaan, maar vooral niet te veel.”
Toch is het een hoopvolle ontwikkeling dat de klassieke civieltechnische lijn steeds vaker, al dan niet schoorvoetend, wordt verlaten, ziet Wim: “Zo wordt binnen de plannen van Rijkswaterstaat tegenwoordig steevast rekening gehouden met natuurlijke oplossingen of landschapselementen. Inclusief alle beperkingen die daarbij horen.”
En die beweging naar Nature‑based Solutions levert interessante inzichten op, constateert de rivierjournalist: “Momenteel ben ik een blog aan het schrijven met de titel: ‘Het herstel van het natuurherstel’. Wanneer een natuurvriendelijke oever te ver landinwaarts trekt, is de reflex immers nog altijd: ‘Dat is niet de bedoeling. Dat mag die rivier niet doen.’ Dan wordt er gezocht naar nieuwe oplossingen: ‘Hoe kunnen we die oever weer terugbrengen naar een bepaalde stand die wij verantwoord vinden?’ In de vooroever verschijnt vervolgens een constructie die de golfslag remt. En zo perkt een civieltechnische ingreep uiteindelijk toch de natuurlijke oplossing in,” verklaart Wim. “Terwijl het ook mogelijk is om mee te bewegen met natuurlijke tendensen.”
Gebiedskennis en meer‑dan‑mensen
Mede om dit soort reflexen te agenderen is Wim bezig met het oprichten van een stichting, Wij IJssel, die de stem van de rivier zou moeten vertegenwoordigen in beleid. “Veel plannen worden uitgedokterd door mensen die weinig gebiedskennis hebben. Soms zijn de mensen aan de knoppen zelfs nog nooit in het projectgebied geweest.” Wim noemt een voorbeeld van een Kaderrichtlijn Water‑gerelateerde bijeenkomst: “Er lag een kaart waar, midden in een landschap van bijzondere cultuurhistorische waarde, doodleuk een geul was ingetekend. Dat is natuurlijk een schande,” concludeert de rivierjournalist.
De missie van Wij IJssel is om dergelijke voorvallen tijdig te ondervangen door mensen aan tafel te zetten met veel gebiedskennis en door de rivier centraal te zetten. “Het moeilijke is dat bij het spreken namens de rivier snel droombeelden en wensdenken een rol spelen,” aldus Wim. “Mensen zeggen bijvoorbeeld: ‘Ik vind dat de IJssel veel te druk is. De IJssel heeft behoefte aan rust.’”
“Waar baseer je dat op?” gaat Wim verder. “Als ik naar de geschiedenis van de rivier kijk, zie ik helemaal geen rust. Integendeel, ik zie een drukkere rivier dan nu, want de IJssel is altijd zwaar bevaren. Dus hoezo behoefte aan rust? Wensenken dus.”
“Want uiteindelijk weten we natuurlijk niet zo heel goed wat de rivier eist,” benadrukt Wim. “We kunnen slechts een paar dingen concluderen: dat hij wil stromen, dat hij wil meanderen, dat hij sediment wil meenemen, en dat hij schoon water wil meenemen.”
Oordeel van de IJssel: genoegdoening en lessen
Sinds een kleine eeuw mondt de rivier uit in een kunstmatig meer. “Projecten als de klimaatbuffer IJsselmeer van PWN zijn een wijs idee,” zegt Wim. “Dat de klimaatbuffer gestalte kan krijgen door kansen en opgaven te bundelen is zeer ingenieus.” Toch mag de loftrompet wat hem betreft opgeborgen blijven: “Het is simpelweg een stap in de richting van eerherstel. We geven terug wat we hebben afgepakt van het IJsselmeer.” Dat dit wat Wim betreft geen nuanceverschil is, blijkt uit zijn advies om radicaal transparant te zijn in de communicatie over de Klimaatbuffer IJsselmeer: “Zeg niet: ‘We gaan iets heel bijzonders doen,’ maar ben eerlijk en zeg: ‘We gaan iets terugdoen.’”
En welke lessen heeft de stem van de IJssel voor projectontwikkelaars in de openbare ruimte die met de natuur willen samenwerken? “Stem af op de stem van de rivier, het bos of het uiterwaardenlandschap,” zegt Wim, “en zoek naar manieren om bewoners tijdig te betrekken; ook met hun gebiedskennis.”
“Veel participatietrajecten zijn afvinklijstjes, wassen neuzen,” aldus Wim. “Neem in plaats daarvan de ervaringen van de bewoners van een gebied werkelijk serieus. Een drinkwaterbedrijf heeft misschien wel ontzettend veel baat bij rondgang langs organisaties of stichtingen die creatiever naar het landschap kijken. Zonder precies te weten wat het gaat opleveren. Maar dat hoeft ook niet.”
“Ga daarnaast eens kijken hoe de zeearend vliegt boven de IJssel,” vervolgt de rivierjournalist. “Kijk wat zo’n beest doet, hoe het zich gedraagt. Bedenk vervolgens wat je daaruit zou kunnen leren voor de inrichting van je gebied. Laat ruimte voor de mogelijkheid dat de natuur dicteert en wij moeten meebewegen.”
“In de Duursche Waarden langs de IJssel sloeg vorig jaar een recreatief trekpontje om waar twaalf mensen op stonden,” sluit Wim af met een anekdote. “Omdat de risico’s te groot waren, werd het pontje uit de vaart genomen. Naar mijn mening zijn in zo’n geval de risico’s niet te groot, maar wij te laks: ‘Wij gaan met z’n twaalven op een pontje staan.’” Het is een metafoor waarmee de klassieke houding van Nederland Rivierenland wordt geschetst. “We zijn een risicomijdend land geworden.” Vanuit het perspectief van de IJssel pleit Wim daarom voor een paradigmaverschuiving: “Geef wat meer ruimte. Timmer niet alles dicht. Beweeg mee.”
| Wim's belangrijkste lessen |
|---|
| Kijk eerst naar het landschap en pas daarna naar de techniek |
| Gebruik gebiedskennis net zo serieus als modelberekeningen |
| Ontwerp mét natuurlijke processen in plaats van ertegen |
Wim Eikelboom is rivierjournalist, met een bijzondere belangstelling voor de IJssel. Hij vertelt verhalen over, en in veel gevallen vanuit het perspectief van de rivier. Nieuwsgierig geworden naar het werk van Wim? Neem dan een kijkje op zijn website.